Het Verrekijker ABC
We krijgen veel vragen over de verschillen
tussen kijkers. Een goede site om de verschillen te bekijken is "betterviewdesired."
Zie http://www.betterviewdesired.com/
(nieuw venster)
Er bestaan in feite twee soorten verrekijkers; porro- en dakkant kijkers. De dakkant kijkers zijn over het algemeen slanker dan de porro-kijkers, dit omdat de prisma's op een speciale manier geplaatst zijn, waardoor bijna een lineaire straal van het licht mogelijk is.
|
|
Bij een porro-kijker wordt het beeld getransporteerd via een N-vormige knik, waarbij de prisma's en het objectief en oculair niet recht tegenoverelkaar staan, vandaar dat dit type over het algemeen breder is dan de dakkantkijker |
|
Dakkant Porro |
|
Er zijn situaties waar een verrekijker tekort komt met de vergrotingssterkte, en een sterrenkijker (spiegeltelescoop) te onhandelbaar is. In zulke situaties komt de spottingscope in beeld;spotting scopes bieden vergrotingen tot maar lieftst 70x. Om het beeld stabiel te houden kunnen de spottingcopes bevestigd worden op een statief. |
![]() |
|
|
Spotting Scope |
![]() Spiegeltelescoop
|
Steeds
meer mensen raken geinteresseerd in de materie van de atronomie. Om de
hemellichamen te kunnen bestuderen is een hoge vergrotingsfactor
noodzakelijk. Spiegeltelescopen en lenzentelescopen bieden een
vergrotingsfactor van zo'n 30 tot 450x. Het voordeel van een spiegeltelescoop ten opzichte van een lenzentelescoop is dat met een spiegeltelescoop bij eenzelfde lengte een veel hogere vergrotingsfactor behaald kan worden, hierdoor kan een spiegeltelescoop relatief kort blijven.
|
![]() Lenzentelescoop |
Er
zijn 3 typen telescopen:
|
![]() |
| Uitleg afkortingen | |||||||||||||||
![]() |
|
||||||||||||||
| Vergroting
/ Objectief diameter De aanduiding 8x40 op een verrekijker houdt in dat de kijker een vergroting heeft van 8 en een objectief diameter van 40, dit houdt in dat de de objecten die u bekijkt 8x dichterbij worden gehaald, en dat de objectieven (de lenzen aan de voorkant van de kijker) een diameter van 40mm hebben. Des te groter de diameter des te meer licht zal worden opgevangen, des te meer details zichtbaar worden. De term diameter objectieven wordt ook wel aangeduid met effectieve opening van de frontlens. |
|
Uittredepupil Als men een verrekijker op zo'n 30cm afstand van het oog tegen het licht houdt, dan wordt een lichtcirkel in de oculairs (de naar het oog gerichte lenzen) zichtbaar. De grootte van de uittredepupil verschilt per kijker. De grootte van de lichtcirkel is te berekenen door de het objectief diameter te delen door de vergroting. Bij een 8x40 kijker is de uittredepupil dus 5 mm. Bij jonge mensen kan de pupil van het menselijk oog zich in het donker tot zo'n 7mm openen, bij helder licht sluit de pupil zich tot zo'n 2mm. Naarmate men ouder wordt zal de soepelheid van het pupil afnemen, waardoor de pupil zich in het donker nog slechts opent tot zo'n 5mm. |
|
Uit voorgaande blijkt dat de aanschaf van een kijker met een uittredepupil groter dan 8mm geen toegevoegde waarde oplevert; het menselijk oog kan de grotere lichtvlek immers niet benutten.
|
||
|
|
De vorm van de uittredepupil is tevens een indicatie voor de kwaliteit van de kijker. Wanneer de uittredepupil perfect rond is duidt dit op een zeer goede kwaliteit van de lenzen. Bij een slechte kwaliteit van de lenzen is de uittredepupil niet perfect rond, maar hoekig of misvormd, wat resulteert in een verminderde lichtopbrengst en slechtere beeldkwaliteit. | ![]() |
Lichtsterkte (geometrisch) /
Relatieve helderheid
Met de lichtsterkte wordt de hoeveelheid licht die de kijker doorlaat bedoeld.
De lichtsterkte wordt uitgedrukt in een getal. De lichtsterkte is het kwadraat
van de uittredepupil; met andere woorden: de lichtsterkte wordt verkregen door
de uittredepupil met zichzelf te vermenigvuldigen, bij een 8x40 kijker was de
uittredepupil 5, dus de lichtsterkte wordt 5x5 = 25. Inprincipe geldt: hoe hoger
hoe beter, ook hier geldt echter weet dat een lichtsterkte van meer dan 49
(=7x7) geen toegevoegde waarde meer heeft. Kijkers met een hoge lichtsterkte
(7x50, 8x56, 9x63) worden ook wel nachtkijkers genoemd.
Bij voorgaande berekening wordt geen rekening gehouden met de
prestatieverhogende aanpassingen van de lens. Door toepassing van speciale
lenzen, zoals als bijvoorbeeld BAK-4 glas kan een betere lichtsterkte verkregen
worden dan de geometrische lichsterkte.
Restlichtversterkers
Doordat een restlichtversterker is
uitgerust met een infraroodlamp, kan deze bij totale duisternis gebruikt worden.
Restlichtversterkers kunnen worden ingedeeld in een drietal categorieen,
Generatie I, II en III. Des te hoger de generatie, des te beter de
beeldkwaliteit.
Het bereik van een restlichtversterker ligt meestal zo rond de 50-75m. Bij de
duurdere kijkers kan het bereik oplopen tot maximaal zo'n 400m.
Verder is het mogelijk om het bereik van een bestaande kijker te vergroten door
de aanschaf van een infrarood lamp. Wanneer een restlichtversterker overdag
gebruikt wordt, dient een kapje voor de lens geplaatst te worden; daglicht kan
een restlichtversterkere namelijk beschadigen.
Schermergetal
Het schemergetal is eigenlijk een soort maatstaf voor de prestaties van de
kijker als geheel. Er geldt dan ook: hoe hoger hoe beter. Hoe hoger het
schemergetal, des te beter de prestaties/details bij ongunstige
lichtomstandigheden. Bij deze berekening wordt wederom geen rekening gehouden
met prestatieverhogende middelen als coatings en gebruik van speciale
glassoorten. Het schemergetal wordt verkregen door de vergroting en de
objectiefdiameter met elkaar te vermenigvuldigen, en vervolgens de wortel te
trekken uit dit product. Voor een 8x40 kijker geldt dus:
8x40=320. Vervolgens trekken we de wortel uit 320 = 17.9 (afgerond)
Wannneer het schemergetal wordt vermenigvuldigd met 10 krijgen we het aantal
meters waarbij in ongunstige omstandigheden nog details onderscheiden kunnen
worden. In ons voorbeeld van de 8x40 kijker wordt dit dus 179 meter.
Waarom niet een kijker nemen met de hoogst mogelijke vergroting?
Welke vergroting voor welk doel?
| Vergroting | Doeleinden | ||
| Lage vergroting | (4x - 6x) | sportevenemenen, theater, concerten | |
| Medium vergroting | (7x - 10x) | universeel, jacht, veldsport | |
| Sterke vergroting | (> 10x) | astronomie, ver verwijderde voorwerpen |
Coating
Normale lenzen hebben de eigenschap
een deel van de lenzen te reflecteren waardoor licht- en contrastverlies
optreedt. Door de lenzen te voorzien van een coating (opdampen van een
mineraal-oplossing) wordt de reflectie verminderd, waardoor het licht minder
wordt verstrooid en een hogere lichttransmissie wordt bereikt.
Gezichtsveld
Met het gezichtsveld wordt het te overziene landschap op een afstand van 1000m
aangegeven. Bij sommige kijkers wordt de gezichtshoek in graden aangegeven, deze
is eenvoudig om te rekenen naar het gezichtsveld op 1000m door de gezichtshoek
te vermenigvuldigen met 17.5 => Een kijker met een gezichtshoek van 9.3
graden heeft dus een gezichtsveld op 1000m van 9.3x17.5=162.7
![]() |
Door de gezichtshoek te vermenigvuldigen met de vergrotingsfactor wordt de schijnbare beeldhoek verkregen. Een kijker met een vergroting van 7x en een gezichtshoek van 9.3 graden heeft dus een schijnbare beeldhoek van 65.1 graden. Hoe groter de schijnbare beeldhoek, des te rustiger het beeld, en de des te eenvoudiger het wordt om bewegende beelden te volgen. |
|
![]() |
![]() |
|
| Schijnbare beeldhoek van 50 graden. | Schijnbare beeldhoek van 70 graden. | |
Voor de aanschaf van een spiegeltelescoop is het
verstandig de informatie op onderstaande link eens te bekijken:
http://www.volkssterrenwachtbussloo.nl/main9.htm
Een
nadere toelichting op (spiegel)telescopen
Bij de aanschaf van een
telescoop laten veel mensen zich misleiden door de mogelijke vergrotingen.
Hoewel de vergrotingen die aangegeven staan bij de kijker mogelijk zijn, geldt
als vuistregel dat de maximale zinvolle vergroting maximaal 2x de diameter van
het objectief bedraagt. Een 130/900 telescoop is een telescoop die een
brandpuntsafstand heeft van 900mm en objectief van 130mm. De maximale zinvolle
vergroting van deze kijker ligt dus zo rond de 260x. In een Nederlandse nacht is
deze vergroting vaak nog te hoog; 200x is zo'n beetje de vergroting die in
Nederland nog gebruikt kan worden; bij zeer zeldzame nachten kan bij 300x nog
wat gezien worden (dit heeft te maken met het feit dat atmosfeer vrij onrustig
is in de meeste nachten).
Hoe
wordt de vergroting bepaald?
De
vergroting kunt u op twee manieren bepalen:
1. Door middel van oculairen
Door middel van het verwisselen van oculairen kunt
u de vergroting van de kijker bepalen. De vergroting wordt als volgt berekend:
Brandpuntsafstand / ocualair. Een voorbeeld: Wanneer u bij een 130/900mm
telescoop het 10mm oculair gebruikt, krijgt u een vergroting van 90x (900/10).
Hoe minder mm het oculair is, des te groter de vergroting dus wordt.
2. Door het gebruik van een barlowlens
Een barlowlens kunt u tussen de kijker en het oculair in plaatsen. Hiermee
verlengt u de brandpuntsafstand, waardoor de vergroting van het oculair
verdubbelt.
Staat
het beeld van een spiegeltelescoop op de kop?
Ja, met een spiegeltelescoop ziet u de objecten "op de kop." Als u dit
echt hinderlijk vindt, kunt u het beeld weer rechtop zetten door het gebruik van
een omkeerprisma (ook wel zenith prisma). Nadeel van het gebruik van een
omkeerprisma is het feit dat dit ten koste van de lichtopbrengst gaat.
Uittredepupil
bij een telescoop
Net als bij een
verrekijker, kan ook bij een telescoop de uittredepupil
berekend worden. De uittredepupil kan berekend worden door de diameter van het
objectief te delen door de vergroting. Bij een 130/900 telescoop in combinatie
met een 10mm oculair 90x. De uittredepupil is bij deze combinatie dus
130/90=1.44mm. Bij een uittredepupil van minder dan 0.5mm wordt het beeld zo
donker, dat het steeds moeilijker wordt om goed details te kunnen onderscheiden.